Nieuws

Radboud toertocht 1963

Op 21 januari 1963, drie dagen na de verschrikkelijke Elfstedentocht welke door Reinier Paping werd gewonnen, trok een groot aantal doorgewinterde schaatsliefhebbers naar Medemblik én Stavoren.
De ijsclub Radboud had tezamen met de collega aan de overzijde van het IJsselmeer de Radboud toertocht georganiseerd. Over zwaar besneeuwde en beijzelde wegen hadden
liefhebbers van deze uitdaging de reis naar Medemblik aanvaard.
Na inschrijving bij het bestuur van de schaatsclub Radboud en een laatste blik op de markante toren van het slot Radboud ging het in noordoostelijke richting, van waaruit een krachtige ijzige wind blies. Op zich geen enkel bezwaar of obstakel voor deze geharde lieden.

De te overbruggen 23 km zou door een gemiddelde toerrijder normaliter bij deze stevige tegenbries in een uur plus wellicht 15 minuten kunnen worden afgelegd. In dit geval deden de meeste rijders er ruim tweeënhalf uur over deze afstand.

Ook het groepje waartoe ik behoorde. Want na ieder glad stuk ijs van tussen de vijftig en de honderd meter moest men trachten een hindernis van tien tot twintig meter van bevroren golven, onderbroken door lage ijsschotsen te overmeesteren. Iedere schaatser weet dat je dat met een flinke wind tegen alleen lopend kunt doen.

Daarna opnieuw even schaatsen, enz., enz. en dat over de gehele afstand. Wat keken we met enorme jaloezie naar de Friezen die in Stavoren waren gestart.
Met de wind in de rug konden zij zo’n flinke vaart maken dat zij op die vreselijke stukken ijs gewoon door te blijven staan deze met een redelijk gemak konden passeren. Eerst halverwege de toer drong het tot ons dat deze ‘luxe situatie’ ook tijdens onze terugtocht zou plaatsvinden.
Eindelijk in Stavoren aangekomen gingen wij net als de andere deelnemers onmiddellijk naar het overvolle café-restaurant ‘Het Vrouwtje van Stavoren’ waar, na een serieuze stempelcontrole, van koffie met koeken en een punch werd genoten.

Na een uur in deze kleine Friese havenstad te hebben verbleven, werd het tijd de schaatsen weer op te pakken. De toer terug naar Medemblik verliep op soepele wijze. De wind, nu in de rug, was nu onze goede metgezel. De honderden ijshobbels werden staande ‘genomen’ terwijl op de gladde stukken ijs krachtige slagen konden worden gemaakt. Een enorm verschil met het krabbelen van de heenweg.
Na ongeveer anderhalf uur op, de schaats arriveerden wij in Medemblik. Na de controle ontvingen wij de echt verdiende medaille.

Na het Elfstedenkruis en de Elfmerentocht stond deze, voor ons in elk geval, op de derde plaats.

Het biertje in een afgeladen en buitengewoon gezellige gelagkamer van een Medembliks café aan een van de havens smaakte ons zeer goed.

 
Theodore van der Pluijm,
Den Haag 3 februari 2018